Noord-Marokko

Na het ANVR-congres in Rabat, dat in november plaatsvond, trokken Hanita van der Meer (ANVR) en Marion Ariƫns (reisexpert en docent aan Hogeschool Tio) met de auto door Noord-Marokko. Hun route voerde langs bergen en historische steden en liet elke dag een ander gezicht van dit veelzijdige land zien.
Door: Arjen Lutgendorff
Veel reisprofessionals kennen Marrakech en Agadir. Welke āonbekendeā plekken hebben jullie bezocht?
Hanita: āOnze nieuwsgierigheid ging uit naar het noorden van Marokko. De levendige havenstad Tanger verkenden we al tijdens het congres per hogesnelheidstrein, waarna we later in de auto stapten, op zoek naar het Marokko achter de ansichtkaarten. Vanuit Rabat reisden we naar Chefchaouen, Meknes, Volubilis, Fez en Casablanca. Al snel werd duidelijk hoe groot de contrasten zijn: binnen een half uur bevonden we ons in een totaal ander Marokko, landelijker, eenvoudiger en zichtbaar armer.ā


Is er een plek die meer aandacht verdient?
Marion: āChefchaouen is voor ons dĆ© verrassing. Vanaf de bergweg zie je het stadje al liggen: een lavendelblauwe oase tegen groene hellingen. Wandelen door de oude kern voelt als dwalen door een levend decor; elke hoek is fotogeniek. Het blauw is overal en op steeds andere manieren verwerkt in huizen, muren, trappen en straten, wat Chefchaouen een bijna sprookjesachtige uitstraling geeft.ā
Hanita: āOok Fez maakte diepe indruk. We trokken vroeg de medina in, met Google Maps paraat, en zagen de stad langzaam ontwaken. Bewoners deden hun dagelijkse inkopen in de smalle straatjes, winkeltjes gingen ƩƩn voor ƩƩn open. Verdwaald raken is hier onvermijdelijk, en juist dat maakt Fez zo bijzonder. Dwalen, ruiken, kijken en luisteren: deze stad prikkelt alle zintuigen. Dat geldt zeker bij de beroemde leerlooierijen midden in de medina, waar we met een bosje munt tegen onze neus uitleg kregen over het arbeidsintensieve proces waarmee dierenhuiden worden verwerkt tot tassen, riemen, poefjes en meubels. Indrukwekkend en confronterend.ā


Zijn de accommodaties aanraders?
Hanita: āZeker. We verbleven in kleinschalige riads, vaak voormalige woonhuizen die stijlvol zijn gerenoveerd, met veel oog voor detail. De binnentuinen en rooftops boden rust en vormden een prettig tegenwicht voor de intensiteit van de steden.ā
Welke indruk maakte het landschap op jullie?
Marion: āZodra we de steden achter ons lieten, leek het alsof we een stap terug in de tijd zetten. Niet alleen via smalle, kronkelende bergwegen, maar ook over slecht geasfalteerde routes dwars door dorpen. Mensen hangen op straat, paarden- en ezelskarren bepalen het verkeer en trainingspakken en djellabaās maken opvallend vaak deel uit van het straatbeeld. Het land wordt hier nog met ossen bewerkt en op dorpsmarkten wordt druk gehandeld in verse producten. Dat dagelijkse leven vormt hier het landschap.ā


Welke ontmoeting is het meest bijgebleven?
Marion: āDe spontane lunch bij de organisator van het congres thuis in Casablanca. Zonder planning of ceremonie schoven we aan voor couscous, terwijl de tafel zich bleef vullen met allerlei andere gerechten. Eten, eten en nog eens eten. Marokkaanse gastvrijheid in optima forma.ā
Welke tips geven jullie reisprofessionals mee?
Hanita: āZelf rijden is goed te doen tussen de grotere steden, maar wees voorbereid op veel politiecontroles. Pogingen om geld afhandig te maken kwamen voor; dat is jammer en zet aan het denken over het huren van een auto. Met contant geld, geduld en realistische verwachtingen blijft het echter goed te doen, en het geeft veel vrijheid.ā
Als jullie ƩƩn misverstand over Marokko mogen rechtzetten, wat is dat?
Marion: āDat het overal druk en toeristisch is. In Noord-Marokko ontdekten wij juist authenticiteit, rust en grote contrasten, een regio die verrast en blijft hangen.ā

Accommodaties
De riads waar Hanita en Marion verbleven zijn stuk voor stuk pareltjes, direct in of bij het centrum. Van alle gemakken voorzien met heel veel authentieke details in de inrichting. De dames verbleven in Villa Mandarine in Rabat, Dar Echchaouen Chefchaouen, Riad El Amine Fes en in Casablanca werd er overnacht in een hotel: Le Palace dāAnfa hotel Casablanca.
